Poëzie


   Oudste eerst 

Wij capabelen
Straf begin, mooi einde.

Als poëzie ons aangereikt wordt - door een vriend in een brief of kaartje, of door een dichter op een podium - zijn we meestal eenvoudig warm te maken en weten regels ons diep te raken.
Zelf op ontdekkingstocht gaan kost ons wat meer moeite, maar schrijvers die we hoog in het vaandel dragen, krijgen sneller een kans.

Dus toen Wij capabelen, de debuutbundel van Laura Broekhuysen - die we luid toejuichen sinds haar fantastische Winter-IJsland - verscheen, sloegen we snel aan het lezen.

Het openingsgedicht 'Balts' is meteen van heel grote kwaliteit. De zinnelijkheid spat er vanaf, wordt mee door het ritme gedragen en biedt toch ook ruimte voor oprechte eenvoud als:

"we houden van ons omdat we van
ons te houden hebben."

een gedicht dat meteen bij eerste lezing door hart, ziel, lijf en leden kroop en dat we met genoegen opnieuw zullen lezen.
Nadien vonden we wat moeilijker onze weg. Soms voelde het wat geforceerd aan, terwijl we in het proza van Broekhuysen net een heel grote naturel en spontane waarachtigheid in haar taalbeheersing vinden.
Ondanks het wat stroevere gevoel, ontmoetten we ook nog zinnen die we graag meedragen,

"hoe tussen de toetsen van de piano steeds
meer tonen blijken te passen"

en lazen we nieuwsgierig verder. In een gedicht als 'Cirkelredenatie' hadden we heel erg het gevoel dat we altijd nét naast de essentie grepen, wat een lezer snel frustreert.
Het was met 'Kustwacht - voetnoten', het derde deel van de bundel, dat we weer helemaal mee waren en ons wentelden in Laura Boekhuysens fijne, speelse en indrukwekkende taalgevoel.

Heel straf begin en mooi einde. Een bundel het ontdekken waard en een dichteres die ongetwijfeld nog verrassen zal.

editor

Door Gert De Bie sinds 1 maanden en 12 dagen